Plaatsingsvoorschriften Keerwanden

De veel voorkomende grondsoorten in Nederland, België en Duitsland zijn veen, klei en zand. Voor iedere grondsoort wordt van een eigen draagvermogen uitgegaan. Belangrijk bij de ondergrond is dat deze zodanig is opgebouwd zodat er gelijkmatig zettingsgedrag ontstaat. Belangrijk is wel dat u kijkt naar het grondwaterpeil. Mholf-Bestrating.nl adviseert u om de ondergrond altijd te laten beoordelen door een deskundig Geotechnisch bureau. Mholf-Bestrating.nl neemt geen verantwoordelijkheid indien de ondergrond onvoldoende voorbereid is.


Bij het voorbereiden van de ondergrond moet de grond op tenminste één meter diepte een verdichtingsgraad (proctorwaarde) van minstens 93% hebben, met een gemiddelde van 98%. Op dieptes minder dan één meter is deze waarde minstens 95%, met een goed gemiddelde van 100%. Met een handsondeerapparaat kan de beddingsconstante worden berekend, deze moet minstens 0,06N/mm³ zijn (15% CBR). Als de grond onvoldoende is voorbereid, en dus niet aan deze eisen voldoet, dan moet de grond worden verbeterd. Belangrijk is dat zand voor aanvulling of ophoging voldoet aan RAW bepalingen.


Als de ondergrond van voldoende kwaliteit is, kunt u het zandbed aanleggen. Dit zandbed is uw eigen verantwoordelijkheid. Voor het zandbed is het belangrijk dat u een dikte van minimaal 15cm aanhoudt, dat bestaat uit grofzand B4/B6 vloerenzand. Een zwakkere ondergrond moet dikker gemaakt worden. U maakt het zandbed goed verdicht en tenslotte zuiver vlak met een laser. Een vlakheidstolerantie van maximaal 2mm dient aangehouden te worden. Het zandbed moet te allen tijde zuiver haaks zijn, en voldoende ruim (houd hiervoor minimaal een meter extra in lengte en breedte aan). Het zandbed moet daarnaast een voldoende en gelijkmatige ondersteuning geven aan de betonelementen. Sluit u uw elementen aan op bestaande verharding? Maak de aansluiting iets hoger, in verband met inklinking en mogelijk nazakken.


Let op dat een te nat zandbed niet voldoende draagkrachtig is. Ook een te droge, of te natte puinbaan is niet voldoende draagkrachtig. Het vochtgehalte moet tussen de 8% en 15% liggen, gemeten volgens de proctorproef. De zandkwaliteiten voor ondergrond en zandbed moeten voldoen aan huidige standaard RAW bepalingen.